Pag. 166-167 - de antwoorden
1.“De CEO draagt altijd een Rolex en rijdt in een Tesla. Ik wil ook CEO worden, dus heb ik alvast een Rolex gekocht en een Tesla besteld.”
→ Drogreden: Post hoc / verkeerde causaliteit
Je verwart correlatie met oorzakelijkheid: je doet alsof de luxe spullen de oorzaak zijn van het CEO-zijn.
2.“Als het regent, blijven de terrassen leeg. De terrassen zijn leeg. Dus het regent.”
→ Drogreden: Omkering van oorzaak en gevolg (ook: bevestiging van de consequent)
Dat terrassen leeg zijn, betekent niet dat het regent — er kunnen talloze andere redenen zijn.
3.“Een op de drie huwelijken eindigt in een scheiding. Mijn zus is al twee keer gescheiden. Dus haar derde huwelijk zal wel standhouden.”
→ Drogreden: Gambler’s fallacy / verkeerd kansdenken
Je doet alsof eerdere uitkomsten invloed hebben op een nieuwe kans — wat niet zo is.
4.“De meeste mensen vinden dit restaurant geweldig. Jij vindt het niet goed. Je hebt dus duidelijk geen smaak.”
→ Drogreden: Argumentum ad populum (meelopersredenering)
Je gebruikt populariteit als zogenaamd bewijs voor kwaliteit en gebruikt die vervolgens om iemand aan te vallen.
5.“Sinds we dat nieuwe koffiezetapparaat hebben, is ons team productiever. Die machine moeten we dus behouden voor het bedrijfsresultaat.”
→ Drogreden: Post hoc ergo propter hoc
Je verbindt twee gebeurtenissen aan elkaar zonder bewijs dat het ene het andere veroorzaakt.
6.“Of we investeren nu fors in digitalisering, óf ons bedrijf is over vijf jaar failliet.”
→ Drogreden: Vals dilemma
Je presenteert twee uitersten als de enige opties, terwijl er veel meer scenario’s mogelijk zijn.
7.“Einstein geloofde in God, dus God moet wel bestaan.”
→ Drogreden: Autoriteitsargument
Het feit dat een briljante persoon iets gelooft, maakt het niet waar.
8.“Het is belangrijk om in jezelf te geloven, want zonder zelfvertrouwen kom je nergens.”
→ Drogreden: Cirkelredenering
De conclusie en het argument zeggen eigenlijk hetzelfde.
→ Drogreden: Post hoc / verkeerde causaliteit
Je verwart correlatie met oorzakelijkheid: je doet alsof de luxe spullen de oorzaak zijn van het CEO-zijn.
2.“Als het regent, blijven de terrassen leeg. De terrassen zijn leeg. Dus het regent.”
→ Drogreden: Omkering van oorzaak en gevolg (ook: bevestiging van de consequent)
Dat terrassen leeg zijn, betekent niet dat het regent — er kunnen talloze andere redenen zijn.
3.“Een op de drie huwelijken eindigt in een scheiding. Mijn zus is al twee keer gescheiden. Dus haar derde huwelijk zal wel standhouden.”
→ Drogreden: Gambler’s fallacy / verkeerd kansdenken
Je doet alsof eerdere uitkomsten invloed hebben op een nieuwe kans — wat niet zo is.
4.“De meeste mensen vinden dit restaurant geweldig. Jij vindt het niet goed. Je hebt dus duidelijk geen smaak.”
→ Drogreden: Argumentum ad populum (meelopersredenering)
Je gebruikt populariteit als zogenaamd bewijs voor kwaliteit en gebruikt die vervolgens om iemand aan te vallen.
5.“Sinds we dat nieuwe koffiezetapparaat hebben, is ons team productiever. Die machine moeten we dus behouden voor het bedrijfsresultaat.”
→ Drogreden: Post hoc ergo propter hoc
Je verbindt twee gebeurtenissen aan elkaar zonder bewijs dat het ene het andere veroorzaakt.
6.“Of we investeren nu fors in digitalisering, óf ons bedrijf is over vijf jaar failliet.”
→ Drogreden: Vals dilemma
Je presenteert twee uitersten als de enige opties, terwijl er veel meer scenario’s mogelijk zijn.
7.“Einstein geloofde in God, dus God moet wel bestaan.”
→ Drogreden: Autoriteitsargument
Het feit dat een briljante persoon iets gelooft, maakt het niet waar.
8.“Het is belangrijk om in jezelf te geloven, want zonder zelfvertrouwen kom je nergens.”
→ Drogreden: Cirkelredenering
De conclusie en het argument zeggen eigenlijk hetzelfde.